Nehemia 1:6

SVLaat toch Uw oor opmerkende, en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed Uws knechts, dat ik heden voor Uw aangezicht bid, dag en nacht, voor de kinderen Israels, Uw knechten; en ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israels, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd.
WLCתְּהִ֣י נָ֣א אָזְנְךָֽ־קַשֶּׁ֣בֶת וְֽעֵינֶ֪יךָ פְתֻוּחֹ֟ות לִשְׁמֹ֣עַ אֶל־תְּפִלַּ֣ת עַבְדְּךָ֡ אֲשֶׁ֣ר אָנֹכִי֩ מִתְפַּלֵּ֨ל לְפָנֶ֤יךָ הַיֹּום֙ יֹומָ֣ם וָלַ֔יְלָה עַל־בְּנֵ֥י יִשְׂרָאֵ֖ל עֲבָדֶ֑יךָ וּמִתְוַדֶּ֗ה עַל־חַטֹּ֤אות בְּנֵֽי־יִשְׂרָאֵל֙ אֲשֶׁ֣ר חָטָ֣אנוּ לָ֔ךְ וַאֲנִ֥י וּבֵית־אָבִ֖י חָטָֽאנוּ׃
Trans.təhî nā’ ’āzənəḵā-qaššeḇeṯ wə‘êneyḵā fəṯuûḥwōṯ lišəmō‘a ’el-təfillaṯ ‘aḇədəḵā ’ăšer ’ānōḵî miṯəpallēl ləfāneyḵā hayywōm ywōmām wālayəlâ ‘al-bənê yiśərā’ēl ‘ăḇāḏeyḵā ûmiṯəwadeh ‘al-ḥaṭṭō’wṯ bənê-yiśərā’ēl ’ăšer ḥāṭā’nû lāḵə wa’ănî ûḇêṯ-’āḇî ḥāṭā’nû:

Algemeen

Zie ook: Aangezicht, Gelaat, Dag, Zonde
Daniel 9:5, Daniel 9:6

Prikkel


Aantekeningen

Laat toch Uw oor opmerkende, en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed Uws knechts, dat ik heden voor Uw aangezicht bid, dag en nacht, voor de kinderen Israels, Uw knechten; en ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israels, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

תְּהִ֣י

Laat

נָ֣א

toch

אָזְנְךָֽ־

Uw oor

קַשֶּׁ֣בֶת

opmerkende

וְֽ

-

עֵינֶ֪יךָ

en Uw ogen

פְתֻוּח֟וֹת

open

לִ

-

שְׁמֹ֣עַ

om te horen

אֶל־

naar

תְּפִלַּ֣ת

het gebed

עַבְדְּךָ֡

Uws knechts

אֲשֶׁ֣ר

dat

אָנֹכִי֩

ik

מִתְפַּלֵּ֨ל

bid

לְ

-

פָנֶ֤יךָ

voor Uw aangezicht

הַ

-

יּוֹם֙

heden

יוֹמָ֣ם

dag

וָ

-

לַ֔יְלָה

en nacht

עַל־

voor

בְּנֵ֥י

de kinderen

יִשְׂרָאֵ֖ל

Israëls

עֲבָדֶ֑יךָ

Uw knechten

וּ

-

מִתְוַדֶּ֗ה

en ik doe belijdenis

עַל־

over

חַטֹּ֤אות

de zonden

בְּנֵֽי־

der kinderen

יִשְׂרָאֵל֙

Israëls

אֲשֶׁ֣ר

die

חָטָ֣אנוּ

wij tegen gezondigd hebben

לָ֔ךְ

-

וַ

-

אֲנִ֥י

ook ik

וּ

-

בֵית־

huis

אָבִ֖י

en mijns vaders

חָטָֽאנוּ

wij hebben gezondigd


Laat toch Uw oor opmerkende, en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed Uws knechts, dat ik heden voor Uw aangezicht bid, dag en nacht, voor de kinderen Israels, Uw knechten; en ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israels, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!