H2876_ טַבָּח
lijfwacht, trawanten, kok
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Kok,

Statistieken

Komt 32x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ṭabbāḥ, zn. mnl.; TWOT 786c; Nomen opificis gevormd van טָבַח H2873 volgens het פַּעָל patroon. Vergelijk BAram. טַבָּח H2877 "lijfwacht" (E. Klein, p. 239);


1) kok, slager (1 Sam. 9:23-24), Ivr. kok (E. Klein, p. 239; J. Pimentel, p. 170); 2) PBH slager (E. Klein, p. 239); 3) lijfwacht, scherprechter, שַׂ֖ר הַטַּבָּחִֽים hoofd v.d. lijfwacht Egypte (Gen. 37:36; 39:1; 40:3; etc.), רַב־טַבָּחִ֛ים hoofd v.d. lijfwacht Babylonië (2 Kon. 25:8; Jer. 39:9; etc.), cf. Aram. רַב טַבָּחַיָּא hoofd v.d. lijfwacht (Dan. 2:14);



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

טַבָּח n.m. 1. cook, 2. guardsman

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H2876 טַבָּח ṭabbâch; from 2873; properly, a butcher; hence, a lifeguardsman (because he was acting as an executioner); also a cook (usually slaughtering the animal for food) — cook, guard.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws טָבַח H2873 "slachting, een bloedbad aanrichten, slachten"; Aramees טַבָּח H2877 "lijfwacht, trawanten"; Hebreeuws טַבָּחָה H2879 "kooksters , keukenmaagden"; Hebreeuws כְּרֵתִי H3774 "Keretieten , Cherethieten, Cheretim, Krethi";

Literatuur


Mede mogelijk dankzij

KlussenKlussen